ECLI:NL:CRVB:2019:545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde internetverkoop
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en werden onderzocht vanwege vermoedens van niet-gemelde inkomsten uit internetverkoop door hun dochter. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde vast dat er sprake was van handel en niet van incidentele verkoop, en trok de bijstand in met terugvordering van de te veel ontvangen bedragen.
Appellanten voerden aan dat het ging om incidentele verkoop zonder winst en dat zij geen inlichtingenplicht hadden geschonden. De Raad oordeelde dat de omvang en frequentie van de transacties wezen op handel, waardoor melding verplicht was. Door het ontbreken van een administratie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad verwierp het beroep van appellanten en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Ook wees de Raad het beroep op dringende redenen voor kwijtschelding van terugvordering af, aangezien appellanten dit niet met verifieerbare gegevens onderbouwden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.