ECLI:NL:CRVB:2019:537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand over maand met inkomsten wegens onvoldoende bewijs
Appellante heeft bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet en ontving bijstand vanaf november 2015. Het bestuur weigerde bijstand over juni 2016 omdat appellante inkomsten had die de bijstandsnorm overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stond alleen nog ter discussie of appellante daadwerkelijk inkomsten had boven de norm in juni 2016. Uit telefoongesprekken in juni 2016 bleek dat appellante schilderwerk verrichtte en €450,- verdiende, waarvan €425,- op haar rekening werd gestort.
Appellante voerde aan dat de gespreksverslagen onbetrouwbaar zijn en dat het gestorte bedrag afkomstig was van klusjes uit een eerdere periode, waardoor het als vermogen zou moeten worden beschouwd. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde daarom het besluit dat geen bijstand wordt verleend over juni 2016.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en definitief.
Uitkomst: Geen bijstand verleend over juni 2016 wegens onvoldoende aannemelijkheid van het tegendeel en vastgestelde inkomsten.