ECLI:NL:CRVB:2019:535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inwoning meerderjarige zoon zonder inkomen
Appellante ontvangt sinds augustus 2015 bijstand als alleenstaande. In december 2015 meldt zij telefonisch dat haar meerderjarige zoon sinds oktober 2015 bij haar is komen inwonen. Het college herziet daarop de bijstand met ingang van oktober 2015 en vordert de te veel ontvangen bijstand terug, omdat appellante niet tijdig de wijziging heeft gemeld en de kostendelersnorm van toepassing is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat het college terecht de kostendelersnorm toepast, aangezien de zoon niet onder wettelijke uitzonderingen valt en het niet uitmaakt dat hij geen inkomen heeft of niet bijdraagt in de kosten. Appellante heeft haar inlichtingenverplichting geschonden door de wijziging niet tijdig door te geven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. De Raad benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de bijstandsgerechtigde is om wijzigingen in woon- en leefsituatie correct en tijdig te melden, en dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen daarvoor onvoldoende is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.