ECLI:NL:CRVB:2016:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens verzwegen inwoning
Appellante ontving bijstand met een toeslag voor alleenstaanden. Uit controle bleek dat haar nicht sinds november 2012 op het uitkeringsadres woonde, wat niet was gemeld aan het college. Het college verlaagde de toeslag en vorderde te veel ontvangen bedragen terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de melding had gedaan bij de gemeente, maar alleen bij de afdeling GBA, en dat zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was. Ook beriep zij zich op de zesmaandenjurisprudentie.
De Raad oordeelde dat appellante verantwoordelijk is voor correcte melding aan de juiste afdeling, dat er geen bewijs is dat zij taalproblemen kenbaar maakte, en dat de zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing is bij een terugvorderingsverplichting. Het beroep faalde en de uitspraak werd bevestigd, met afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.