ECLI:NL:CRVB:2019:505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde verkoop van goederen via Marktplaats
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd verdacht van het verhandelen van goederen via Marktplaats zonder dit te melden aan het college. Na onderzoek besloot het college de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep stelde dat het slechts ging om incidentele verkoop van privégoederen en niet om handel. De Raad oordeelde dat de omvang, aard en regelmaat van de verkoopactiviteiten wezen op handel en dat appellante geen melding heeft gedaan, waardoor zij haar inlichtingenverplichting heeft geschonden.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken hoeveel inkomsten zij had, omdat zij geen betrouwbare administratie of verifieerbare gegevens overlegde. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde verkoop via Marktplaats wordt bevestigd.