ECLI:NL:CRVB:2019:49
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- P.W. van Straalen
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand sinds 1996, maar het college ontving in 2014 een anonieme melding dat appellant niet op het opgegeven adres woonde maar bij appellante. Na meerdere niet nagekomen uitnodigingen tot gesprek, werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht.
De sociale recherche voerde een onderzoek uit, inclusief verhoren en woningdoorzoekingen, dat leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 2006 en terugvordering van ruim €114.000. Tevens werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat appellant geen zelfstandig bijstandssubject was.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant en appellante ongegrond. In hoger beroep werden de verweren tegen de rechtmatigheid van het onderzoek en de verhoren verworpen, evenals het beroep op een dwangstoornis. De Raad oordeelde dat appellante als persoon met wie appellant een gezamenlijke huishouding voerde, mede aansprakelijk is voor terugvordering.
Ook het beroep op dringende persoonlijke omstandigheden faalde wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.