ECLI:NL:CRVB:2019:442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak arbeidsongeschiktheid en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding WIA
Appellante, werkzaam als verzorgende, meldde zich ziek wegens klachten aan haar rechterhand. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig onderzoek de arbeidsongeschiktheid vast en verleende een WIA-uitkering met een percentage van 36,76%. Na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 38,21%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage bij in de beroepsfase.
In hoger beroep stelde appellante dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende beperkingen bevatte en dat de voorbeeldfuncties niet passend waren. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen in de FML van 26 juni 2014 overtuigend waren onderbouwd. De voorbeeldfuncties werden passend geacht binnen de belastbaarheid.
Daarnaast verzocht appellante om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad concludeerde dat de totale procedure ruim vier jaar en vijf maanden duurde, waarbij de overschrijding in de rechterlijke fase lag en volledig aan de bestuursrechter toe te rekenen was. Daarom werd de Staat veroordeeld tot een vergoeding van €500 aan appellante.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees het hoger beroep af. Tevens werd de Staat veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de Staat veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.