ECLI:NL:CRVB:2019:4301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was werkzaam als algemeen medewerkster en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar vroegere loon kan verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische gronden van appellante te laat waren aangevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief het betrekken van reservefuncties.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad oordeelde dat deze gronden niet ontvankelijk waren en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde dat het UWV het recht op ziekengeld terecht heeft beëindigd omdat het verdienvermogen van appellante 71,77% bedraagt.
De uitspraak werd gedaan door R.E. Bakker en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.