ECLI:NL:CRVB:2019:4261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek met klachten van gordelroos en een nekhernia en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellant maakte geen bezwaar tegen het eerste besluit, maar deed later een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd geconcludeerd dat er geen toename van beperkingen was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen, ondersteund door medische stukken, maar de Raad oordeelde dat deze informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad benadrukte dat nieuwe feiten of omstandigheden feiten zijn die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De medische informatie van appellant was onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. Gezien het ontbreken van toename in medische beperkingen werd niet toegekomen aan een arbeidskundige beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.