Uitspraak
18.1823 PW-PV
BESLISSING
11 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2387, de stelling van appellant dat sprake is van een lening verworpen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de bijstand verlaagd met het maandbedrag van de zorgverzekeringspremie, omdat de ouders van appellant deze premie voor hem betaalden. Deze verlaging is gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de betaling van de zorgpremie door de ouders een substantiële besparing oplevert op de algemeen noodzakelijke kosten van appellant, waardoor zijn bijstandsbehoefte vermindert. Tevens werd de stelling van appellant dat het om een lening zou gaan verworpen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de premie aan zijn ouders zou terugbetalen zodra hij een inkomen had, en dat dit onredelijk was om niet mee te wegen. De Raad oordeelt echter dat de rechtbank deze gronden gemotiveerd heeft weerlegd en ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens betaling van de zorgverzekeringspremie door de ouders blijft gehandhaafd.