Uitspraak
17.6422 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- herroept het besluit van 4 augustus 2015;
Centrale Raad van Beroep
Werkneemster meldde zich in maart 2014 ziek vanwege psychische klachten en vroeg in juni 2015 een WIA-uitkering aan met verkorte wachttijd. Het UWV wees dit af op basis van een verzekeringsartsrapport dat herstelkansen niet waren uitgesloten. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV onvoldoende concrete en deugdelijke waardering gaf van de feiten en omstandigheden die herstelkansen zouden ondersteunen. De verzekeringsarts had onvoldoende rekening gehouden met discrepanties in het dossier en had de behandelend arts moeten raadplegen. Ook de conclusie dat behandelopties herstel konden bieden was onvoldoende onderbouwd.
De Raad oordeelde dat op 21 augustus 2015 sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid conform artikel 4, tweede lid, Wet WIA. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV werd verplicht een IVA-uitkering toe te kennen vanaf die datum. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Werkneemster krijgt met ingang van 21 augustus 2015 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid.