ECLI:NL:CRVB:2019:4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenverplichting en niet verblijf op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer onderzocht vanwege vermoedens van onrechtmatigheden. Uit het onderzoek bleek dat appellant vanaf 15 juni 2015 niet verbleef op de opgegeven verblijfsadressen en geen duidelijkheid gaf over zijn werkelijke woonplaats. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en werd een bedrag van €7.454,95 teruggevorderd.
Het college legde vervolgens een boete op van €3.453,60, gelijk aan 50% van het netto benadelingsbedrag, wegens schending van de inlichtingenverplichting. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep van appellant ongegrond. De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant niet aan zijn meldingsplicht had voldaan en dat het benadelingsbedrag als uitgangspunt voor de boete kon dienen.
Appellant voerde aan dat hij vanwege medische en financiële omstandigheden niet aan zijn verplichtingen kon voldoen en dat hij niet over draagkracht beschikte om de boete te betalen. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt met objectief bewijs. De Raad vond dat de boete proportioneel was gezien de ernst van de overtreding en de verwijtbaarheid. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de boete bevestigd.
Uitkomst: De boete van €3.453,60 wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.