ECLI:NL:CRVB:2019:3991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsvermogen en weigering Wajong-uitkering met schadevergoeding redelijke termijn
Appellant vroeg op 16 maart 2015 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd op grond van arbeidsvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellant in staat is minimaal een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is.
In hoger beroep herhaalde appellant dat hij geen arbeidsvermogen heeft vanwege zijn verstandelijke beperking, PDD-NOS en indicatie voor langdurige zorg. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing bieden dat appellant met intensieve begeleiding en structuur kan functioneren binnen een arbeidsorganisatie.
De Raad concludeerde dat appellant voldoet aan de voorwaarden van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en derhalve geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die ruim vier jaar en zes maanden duurde. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen en kent een schadevergoeding toe voor overschrijding van de redelijke termijn.