ECLI:NL:CRVB:2019:3843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van bijstandsaanvragen na eerdere intrekking wegens onduidelijkheid over vermogen
Appellante ontving aanvankelijk bijstand naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar deze werd ingetrokken vanwege het niet melden van een woning in Turkije en een Turkse bankrekening, waardoor haar vermogen boven de grens lag. Diverse aanvragen om bijstand na deze intrekking werden door het college afgewezen en ook door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat appellante niet heeft aangetoond dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die recht geven op bijstand. De waarde van de verkochte woning bleef onduidelijk doordat appellante geen inzicht gaf in het verkoopbedrag en de bestemming van de opbrengst. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Appellante voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat in een vergelijkbaar geval wel bijstand werd verleend. Het college stelde echter dat die situatie niet vergelijkbaar was vanwege multidisciplinaire problematiek die bij appellante ontbrak.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de hoger beroepen af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens het niet aantonen van gewijzigde omstandigheden en onduidelijkheid over het vermogen.