ECLI:NL:CRVB:2019:3707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M.F. Wagner
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens handel in harddrugs ondanks privacybezwaar
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een melding over vermoedelijke handel in harddrugs startte het dagelijks bestuur een onderzoek, waarbij zij informatie opvroegen bij de politie. Op basis van het strafdossier en getuigenverklaringen besloot het dagelijks bestuur de bijstand over een bepaalde periode in te trekken en terug te vorderen.
Appellant werd strafrechtelijk veroordeeld voor handel in harddrugs in de periode van augustus 2015 tot februari 2016. Hij voerde in hoger beroep aan dat de overdracht van het strafdossier onrechtmatig was en inbreuk maakte op zijn privacy, en dat het dagelijks bestuur niet het volledige dossier had mogen gebruiken. Deze bezwaren werden verworpen omdat de wet het dagelijks bestuur bevoegd maakt onderzoek te doen en de inbreuk proportioneel was.
Verder stelde appellant dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden op basis van enkele getuigenverklaringen, maar dit werd afgewezen omdat de omvang van de handel en inkomsten niet kon worden vastgesteld. Ook het beroep op de onschuldpresumptie voor een korte periode werd verworpen omdat het besluit zich richt op een langere periode waarin handel was bewezen.
De Raad concludeert dat het dagelijks bestuur terecht het besluit tot intrekking en terugvordering heeft genomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens handel in harddrugs wordt bevestigd.