ECLI:NL:CRVB:2019:3668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college heeft een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de verleende bijstand en daarbij vastgesteld dat appellant in de periode juli 2012 tot februari 2018 meerdere stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening had die niet waren gemeld.
Op basis van deze bevindingen heeft het college besloten de bijstand over diverse maanden te herzien en over enkele maanden in te trekken, en de teveel betaalde bijstand terug te vorderen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarbij is geoordeeld dat het college bevoegd is tot het verrichten van onderzoek zonder dat daarvoor een vermoeden vereist is.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden aangevoerd die de eerdere beoordeling zouden kunnen veranderen. De Raad sluit zich aan bij de motivering van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen.