ECLI:NL:CRVB:2019:3610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid verhuiskostenvergoeding onder Wmo 2015 bij verhuisprimaat
Appellant, met beperkingen door een motorongeval, vroeg op grond van de Wmo 2015 woningaanpassingen aan. Het college wees dit af en stelde dat verhuizen naar een rolstoelgeschikte woning de goedkoopst adequate oplossing was, met een forfaitaire verhuiskostenvergoeding van € 2.500,-.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvoldoende onderzoek naar persoonlijke omstandigheden en reële verhuiskosten. Het college nam daarop een nieuw besluit waarbij de vergoeding werd gehandhaafd. Appellant stelde dat de vergoeding onvoldoende was, mede door hoge inrichtingskosten volgens een offerte.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende procesbelang had en dat de forfaitaire vergoeding niet onredelijk was, omdat de offerte geen goedkoopst adequate oplossingen aantoonde. De Raad concludeerde dat het college een passende bijdrage leverde conform artikel 2.3.5, derde lid, Wmo 2015 en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de verhuiskostenvergoeding van € 2.500,- wordt ongegrond verklaard.