ECLI:NL:CRVB:2019:3512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot heroverweging besluit intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almere om terug te komen op het besluit van 15 maart 2011, waarbij zijn bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege het niet melden van handel in auto's, bezit van contant geld, creditcards en huizen in Iran.
Het college wees het herzieningsverzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, Awb. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de benodigde bewijsstukken niet eerder kon overleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en oordeelde dat het debat over de juistheid van het oorspronkelijke besluit niet opnieuw kan worden gevoerd zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat de procedure aan de eisen voldoet zolang nova strikt worden uitgelegd.
De Raad wees het verzoek af en bevestigde het bestreden besluit, waarmee het college niet verplicht is het besluit te herzien zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van bijstand wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.