ECLI:NL:CRVB:2019:317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WGA-loonaanvullingsuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Belanghebbende was werkzaam als pedagogisch medewerker en viel uit wegens fysieke klachten. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat belanghebbende vanaf 18 februari 2015 niet langer recht had op een WIA-uitkering vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar werd dit besluit herzien en werd een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Appellante, de werkgever, stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende gemotiveerd en toetsbaar was en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing ontbrak. De rechtbank had deze bezwaren reeds ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel.
De Raad stelt vast dat het UWV voldoende rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen heeft overgelegd die de beperkingen en het ontbreken van passende functies adequaat onderbouwen. Appellante heeft geen nieuwe feiten of deskundigenrapporten ingebracht die twijfel zouden kunnen zaaien over de juistheid van het besluit. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.