ECLI:NL:CRVB:2013:1083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks fibromyalgie diagnose
Appellante viel op 30 november 2007 uit wegens pijnklachten en werd door het UWV onderzocht. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, met een verlies aan verdiencapaciteit van 39,48%. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe per 27 november 2009.
Appellante maakte bezwaar en overhandigde medische rapporten, waaronder van een orthopedisch chirurg en revalidatiearts. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde grotendeels de eerdere beoordeling, voegde een beperking toe voor repetitieve handbewegingen en handhaafde het verlies aan verdiencapaciteit. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden heeft en dat de gevolgen van fibromyalgie onvoldoende zijn meegewogen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts dat fibromyalgie geen aanleiding geeft tot meer beperkingen. De FML en arbeidskundige rapporten tonen aan dat appellante in staat is tot passende functies.
Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd.