ECLI:NL:CRVB:2019:2996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande ouder. Het college stelde na onderzoek vast dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld, en trok de bijstand in met terugvordering van kosten en een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar in hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak omdat het college zijn standpunt had aangepast met nadere besluiten waarin de intrekking en terugvordering werden beperkt tot de periode van 1 maart tot en met 30 november 2016, met een lager bedrag en een verlaagde boete.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van appellanten, huisbezoeken, waarnemingen en verbruiksgegevens, voldoende feitelijke grondslag boden voor de conclusie dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. De boete werd als proportioneel beoordeeld. De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht vergoed moet worden.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding worden bevestigd met aangepaste bedragen en een verlaagde boete.