ECLI:NL:CRVB:2019:2915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep herplaatsingskandidaat op functie Senior C binnen politieorganisatie
Appellant, werkzaam binnen de politie, betwistte zijn aanstelling als herplaatsingskandidaat en het besluit van de korpschef hem niet te herplaatsen op de door hem geambieerde functie van Senior C. De korpschef had appellant aangewezen als herplaatsingskandidaat en geweigerd hem te herplaatsen, omdat de plaatsingsadviescommissie geen passende functie vond.
Appellant voerde aan dat hij gedurende drie jaar de functie Senior C had uitgeoefend en dat hij op grond van de Notitie tijdelijke tewerkstellingen en de hardheidsclausule in artikel 55v Barp recht had op plaatsing. De Raad toetste of appellant in overwegende mate de niveaubepalende elementen van Senior C uitoefent, zoals zelfstandig tactisch opsporingsonderzoek, zaakscoördinatie en het opstellen van plannen van aanpak.
De Raad concludeerde dat appellant vooral ondersteunende werkzaamheden verricht die eerder passen bij de functie Senior B, zoals gegevensverzameling en -bewerking. De kernactiviteiten van Senior C, zoals validatie van onderzoeksgegevens en aanwenden van dwangmiddelen, kwamen onvoldoende naar voren. Het beroep op de hardheidsclausule en de RAAF-regeling faalde daarom. De Raad bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.