ECLI:NL:CRVB:2019:2807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep over ontheffing en herplaatsing ambtenaar binnen staatssecretariaat
Betrokkene, werkzaam sinds 1982 bij een overheidsdienst, werd ontheven uit zijn leidinggevende functie vanwege een ernstig verstoorde werkrelatie met zijn leidinggevende. Na diverse gesprekken, mediationpogingen en medische rapportages volgden besluiten tot herplaatsing in passende functies met verschillende salarisschalen en standplaatsen.
De rechtbank had de besluiten van ontheffing en herplaatsing vernietigd en herroepen, omdat de herplaatsing niet passend was en de werkrelatie onhoudbaar was. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen de vernietiging van het ontheffingsbesluit en betrokkene incidenteel hoger beroep tegen de plaatsing.
De Raad oordeelt dat de ontheffing gerechtvaardigd was en dat de plaatsing in de nieuwe functie passend is, mede gelet op het hoge salarisschaalniveau en het ontbreken van concrete bezwaren over reistijd of tegenwerking. Het beroep tegen de plaatsing wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep wordt afgewezen. De proceskostenvergoeding wordt niet verhoogd vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 14 september 2018 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.