ECLI:NL:CRVB:2019:2492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening traplift in hoger beroep Wmo 2015
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Stein een aanvraag gedaan voor een traplift op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 vanwege haar angstproblematiek. Het college wees de aanvraag af omdat eerst tweedelijns behandeling van de angstproblematiek moet plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, mede op basis van een deskundigenrapport dat behandelmogelijkheden bevestigde.
Verzoekster stelde vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening in om de traplift te verkrijgen tijdens het hoger beroep. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat een verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te versnellen of voorrang te geven. De gevraagde traplift is een maatwerkvoorziening zonder voorlopig karakter; het treffen ervan brengt aanzienlijke kosten met zich mee die verzoekster niet wil dragen als het hoger beroep wordt verworpen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak dat voorlopige voorzieningen niet mogen worden ingezet als shortcut naar een definitieve beslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een traplift wordt afgewezen.