ECLI:NL:CRVB:2019:2380

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2019
Publicatiedatum
19 juli 2019
Zaaknummer
18-3051 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2.2 Wmo 2015Art. 2.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op maatwerkvoorziening beschermd wonen voor vreemdeling onder Wmo 2015

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam dat zijn verzoek om een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) heeft afgewezen. Het college stelde dat appellant geen rechtmatig verblijf heeft, waardoor hij geen aanspraak kan maken op deze voorziening.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en verwees daarbij naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij medische noodzaak heeft voor beschermd wonen en dat ook vreemdelingen aanspraak zouden moeten kunnen maken op deze zorg, zeker omdat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze zorg niet biedt en het college de toegang tot zorgaanbieders blokkeert.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant geen vreemdeling is zoals bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad bevestigt de vaste rechtspraak dat vreemdelingen zoals appellant geen aanspraak kunnen maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen onder de Wmo 2015.

De Raad ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en wijst het hoger beroep af. Proceskosten worden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om beschermd wonen wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.

Uitspraak

18.3051 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2018, 17/6681 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 10 juli 2019
Zitting hebben: L.M. Tobé als voorzitter en D.S. de Vries en N.R. Docter als leden
Griffier: G.D. Alting Siberg
Ter zitting is verschenen: mr. W.G. Fischer, namens appellant
Het onderzoek ter zitting heeft, gezamenlijk met de zaken 18/2997 WMO15,
18/3765 WMO15, 18/3686 WMO15 en 18/2871 WMO15 plaatsgevonden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij het bestreden besluit heeft het college de afwijzing van het verzoek van appellant om hem op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening beschermd wonen te verstrekken gehandhaafd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen rechtmatig verblijf heeft.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij beschermd wonen nodig heeft. Dit is medisch noodzakelijke zorg waarop ook vreemdelingen als appellant aanspraak hebben. Nu de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschermd wonen niet wil bieden en het college de rechtstreekse toegang tot de zorgaanbieder blokkeert, zal het college de benodigde zorg op grond van de Wmo 2015 moeten bieden.
Appellant is geen vreemdeling als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en is ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld.
Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 3 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3022 en 12 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4209, kan een vreemdeling zoals appellant geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de
Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.
Wat appellant verder nog naar voren heeft gebracht hoeft gezien het voorgaande geen bespreking meer.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.D. Alting Siberg (getekend) L.M. Tobé
md