ECLI:NL:CRVB:2019:2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen na huwelijk en terugvordering zonder bijzondere omstandigheden
Appellant ontving een AOW-pensioen volgens de norm voor ongehuwden. Na melding van zijn huwelijk met een in Turkije wonende echtgenote in 2014, herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen naar de gehuwdennorm en vorderde te veel betaalde bedragen terug. Appellant voerde aan dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, omdat zij niet samenwonen en slechts sporadisch contact hebben.
De Raad beoordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet afhangt van samenwonen, maar van het feit of echtgenoten elk hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit bestendig bedoeld moet zijn. Gezien het regelmatige contact, gezamenlijke bezoeken, en het praktische nut van het huwelijk, concludeerde de Raad dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde. De situatie was niet vergelijkbaar met eerdere uitzonderingen.
Verder oordeelde de Raad dat de Svb terecht het pensioen herzag en terugvorderde, omdat appellant zijn informatieplicht schond door het huwelijk niet tijdig te melden. Er waren geen bijzondere omstandigheden of dringende redenen om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen en de terugvordering zijn terecht; appellant leefde niet duurzaam gescheiden en er zijn geen bijzondere omstandigheden voor afzien van terugvordering.