ECLI:NL:CRVB:2019:221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland om haar aanvraag voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor hulp bij het huishouden af te wijzen. Na intrekking van het eerste besluit werd een maatwerkvoorziening toegekend voor de periode van 8 augustus 2016 tot en met 31 december 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bezwaarkosten gegrond en kende een extra vergoeding toe, maar verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het aantal toegekende uren hulp bij het huishouden te laag was.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbrak omdat het geschil betrekking had op een reeds verstreken periode en appellante geen aannemelijk gemaakt belang had bij een inhoudelijk oordeel, mede omdat zij voor een nieuwe periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2021 reeds een maatwerkvoorziening had ontvangen. Bovendien had appellante geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak betreffende deze nieuwe periode.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.