ECLI:NL:CRVB:2019:2144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit pgb 2016 op basis van vaststellingsovereenkomst 2013 ongegrond verklaard
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van VGZ Zorgkantoor van 26 september 2017, waarin het bezwaar tegen het pgb-besluit 2016 ongegrond werd verklaard. Eerder had de Raad het eerdere besluit vernietigd en het zorgkantoor opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het zorgkantoor stelde dat het pgb voor 2016 was verleend op basis van de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst van 23 januari 2013, waarbij het oorspronkelijke bedrag van €201.206,25 was geïndexeerd tot €219.029,98. Appellante stelde dat de vaststellingsovereenkomst niet correct werd uitgevoerd en dat het pgb te laag was.
De Raad oordeelde dat het zorgkantoor de vaststellingsovereenkomst correct had nageleefd en dat het toegekende bedrag juist was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 september 2017 wordt ongegrond verklaard omdat het pgb conform de vaststellingsovereenkomst is toegekend.