ECLI:NL:CRVB:2019:2138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm en terugvordering
Appellante had aanvankelijk studiefinanciering ontvangen volgens de norm voor een thuiswonende studerende. Na een wijziging in haar woonsituatie werd de studiefinanciering aangepast naar de norm voor een uitwonende studerende. Later stelde de minister vast dat appellante in de Basisregistratie Personen (BRP) nog steeds stond ingeschreven op hetzelfde adres als haar ouders, waardoor zij niet voldeed aan de voorwaarden voor uitwonende studiefinanciering.
De minister herzag de studiefinanciering en vorderde een bedrag van €2.225,37 terug. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de rechtbank. In hoger beroep voerde zij aan dat de herziening onterecht was en dat de terugvordering grote financiële gevolgen had. Ook stelde zij dat de controle te laat had plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante zelf verantwoordelijk was voor haar juiste inschrijving in de BRP en dat de herziening binnen de wettelijke termijn van achttien maanden had plaatsgevonden. De Raad bevestigde het beleid van volledige herziening bij onjuiste toekenning, ook als die voortkomt uit een ministeriële fout, tenzij sprake is van herhaalde fouten en onwetendheid van de studerende. De Raad concludeerde dat de herziening rechtmatig was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering naar thuiswonende norm en wijst het hoger beroep af.