ECLI:NL:CRVB:2019:2118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet-nakoming arbeidsinschakeling
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en werd in 2016 geplaatst voor een ontwikkelingsstage bij het Werkleerbedrijf (WLB). Na voortijdig vertrek op de eerste dag verscheen zij niet meer, ondanks aanmaningen. Het college legde daarom een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand voor een maand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep stelde dat het traject onvoldoende maatwerk bood en dat zij door psychische klachten niet kon deelnemen. De Raad oordeelde dat het college voldoende maatwerk had geleverd en dat het traject passend was, mede gelet op haar voorkeuren en het doel arbeidsinschakeling.
De Raad stelde vast dat appellante niet meer is verschenen en dat de maatregel daarom terecht is opgelegd. De stelling dat zij niet verwijtbaar handelde vanwege psychische klachten werd niet onderbouwd, waardoor de uitzondering op de maatregel niet van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor een maand wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de arbeidsinschakelingsverplichting zonder verwijtloosheid.