ECLI:NL:CRVB:2019:2111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op ziekengeld wegens volledige arbeidsongeschiktheid kamermeisje
In deze zaak stond centraal of betrokkene per 11 februari 2014 in staat was om werkzaamheden als kamermeisje voor 24 uur per week te verrichten. De Raad kwam terug op een eerdere tussenuitspraak omdat de feitelijke grondslag omtrent het aantal arbeidsuren onjuist bleek.
Betrokkene stelde dat zij nooit 32 uur had gewerkt, terwijl appellant aanvankelijk uitging van 32 uur. Na herbeoordeling concludeerde de Raad dat de maatstaf 24 uur per week bedraagt, conform het arbeidsurenverlies waarop de WW-uitkering was gebaseerd.
De medische rapporten van verzekeringsartsen toonden aan dat betrokkene vanwege een depressieve stoornis en PTSS volledig arbeidsongeschikt was, ook voor passende arbeid. De Raad achtte het niet aannemelijk dat betrokkene 24 uur per week kon werken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd. Betrokkene heeft recht op ziekengeld vanaf de datum in geschil. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Betrokkene heeft recht op ziekengeld wegens volledige arbeidsongeschiktheid voor 24 uur werk per week, beroep ongegrond verklaard.