ECLI:NL:CRVB:2019:2039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten en inrichtingskosten
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuiskosten en inrichtingskosten in verband met een voorgenomen verhuizing en medische omstandigheden. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft deze aanvragen afgewezen, waarna appellanten bezwaar maakten en in beroep gingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de feitelijke verhuizing geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die recht geeft op bijzondere bijstand voor verhuiskosten. Daarnaast is het ontbreken van reserveringsruimte door schulden en medische kosten geen bijzondere omstandigheid die bijzondere bijstand rechtvaardigt.
De Raad benadrukte dat de Participatiewet uitgaat van het voldoen van noodzakelijke kosten uit een inkomen op bijstandsniveau, en dat alleen bij bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand wordt toegekend. Ook het argument dat de WMO geen reserveringsruimte biedt, is niet van toepassing op de Participatiewet. Tot slot is vastgesteld dat appellanten bewust kozen voor een woning die niet geschikt was voor medische beperkingen, waardoor geen vergoeding op grond van de WMO mogelijk was.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten en inrichtingskosten wordt bevestigd.