ECLI:NL:CRVB:2019:2038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel tot intrekking, herziening en terugvordering van bijstand over meerdere maanden. Het college had vastgesteld dat appellante in de betreffende perioden diverse contante kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekeningen ontving, variërend van €150 tot €5.050 per maand, zonder deze te melden.
De rechtbank Rotterdam had het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de contante kasstortingen als inkomen moeten worden beschouwd en in mindering gebracht op de bijstand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij altijd de intentie had aan haar inlichtingenverplichting te voldoen, dat zij de bedragen contant had terugbetaald aan haar ex-partner, maar dat zij geen bewijs van leningen kon overleggen en dat de financiële gevolgen onvoldoende waren onderzocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd zijn weerlegd door de rechtbank. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante te veel bijstand heeft ontvangen en dat het college daarom terecht de bijstand heeft herzien en ingetrokken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, herziening en terugvordering van de bijstand blijft in stand.