ECLI:NL:CRVB:2017:1013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen als inkomen
Appellante ontvangt sinds december 2012 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam voerde een onderzoek uit naar niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekeningen over de periode november 2013 tot oktober 2014. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante stelde dat de kasstortingen leningen betroffen en daarom niet als inkomen moesten worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen in beginsel als middelen in de zin van de Participatiewet worden beschouwd, ook als het leningen betreft, omdat deze betalingen een terugkerend karakter hadden en werden aangewend voor levensonderhoud.
Verder stelde de Raad vast dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door de ontvangsten niet tijdig te melden. Dit rechtvaardigde de herziening en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen bevestigd.