Uitspraak
18.5699 WUV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een uitkeringsgerechtigde vervolgde, verzocht om vergoeding voor de aanschaf van een auto vanwege psychische klachten die reizen met openbaar vervoer bemoeilijken. Verweerder wees dit verzoek af omdat de voorziening niet medisch noodzakelijk of medisch sociaal-wenselijk werd geacht, mede omdat appellant in staat werd geacht mee te rijden met derden of gebruik te maken van een taxi.
De Raad toetste het beleid van verweerder en bevestigde dat voor toekenning een absolute verhindering moet bestaan om gebruik te maken van openbaar vervoer en taxi. Appellant maakte nooit gebruik van taxi, maar verklaarde dat hij incidenteel meerijdt met een bekende zonder in paniek te raken. De medische adviezen onderschreven dat er geen absolute verhindering was, ondanks de psychische klachten en controledwang.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht was en dat het beroep ongegrond verklaard moest worden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen absolute verhindering voor gebruik openbaar vervoer of taxi is vastgesteld.