ECLI:NL:CRVB:2019:1867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten en vermogen
Appellanten ontvingen bijstand over meerdere periodes tussen 1996 en 2009. Naar aanleiding van een anonieme melding en een strafrechtelijk onderzoek werd vastgesteld dat appellanten inkomsten uit illegale activiteiten hadden en hun vermogen niet hadden gemeld, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat de vordering was verjaard en dat het college te lang had gewacht met het terugvorderen. Deze gronden werden verworpen omdat de verjaring pas aanving toen het college daadwerkelijk bekend was met de vordering en het tijdsverloop geen beletsel vormde voor terugvordering.
Verder oordeelde de Raad dat het college voldoende had gemotiveerd waarom appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat het college niet verplicht was eigen onderzoek te verrichten of appellanten te horen voorafgaand aan het besluit. De terugvordering over de gehele periode was gerechtvaardigd en er was geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.