ECLI:NL:CRVB:2019:1749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering eerdere AIO-aanvulling dan meldingsdatum
Appellant en appellante ontvingen bijstand tot appellant de pensioengerechtigde leeftijd bereikte op 1 april 2017, waarna de bijstand werd beëindigd en een onvolledig pensioen werd toegekend. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende een AIO-aanvulling toe met ingang van 2 mei 2017, de datum waarop appellanten telefonisch aangaven hiervoor in aanmerking te willen komen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de AIO-aanvulling per 1 april 2017 had moeten ingaan, omdat de benodigde gegevens toen al bekend waren bij de Svb en de gemeente. De Raad oordeelde dat volgens de Participatiewet een aanvraag vereist is voor toekenning van de AIO-aanvulling en dat registratie van naam en adres niet gelijkstaat aan een melding.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. De Svb had appellanten tijdig geïnformeerd over de aanvraagmogelijkheid. Het niet tijdig indienen van de aanvraag is de verantwoordelijkheid van appellanten. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De AIO-aanvulling wordt niet toegekend eerder dan de datum van melding, 2 mei 2017, en het hoger beroep wordt afgewezen.