ECLI:NL:CRVB:2019:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onbillijkheden bij functietoekenning binnen politieorganisatie
Appellanten, voormalig politieambtenaren, voerden in hoger beroep aan dat de korpschef onbillijkheden van overwegende aard had veroorzaakt door hen niet te plaatsen in een functie op schaal 6, maar in een schaal 5-functie, ondanks een eerdere terugkeergarantie.
De korpschef had appellanten geplaatst in de functie van Assistent Intake & Service B, schaal 5, met behoud van persoonlijke schaal 6, na een zorgvuldige procedure met zienswijzen en bezwaar. De Raad stelde vast dat de functievergelijkingen en besluitvorming in overeenstemming waren met de wettelijke bepalingen en dat appellanten onvoldoende bewijs leverden voor hun stellingen.
De Raad oordeelde dat de terugkeergarantie en toezeggingen uit het verleden betrekking hadden op een andere situatie en niet op de huidige functietoekenning. Bovendien leidde de plaatsing niet tot salarisachteruitgang. Daarom concludeerde de Raad dat geen sprake was van onbillijkheden van overwegende aard.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bestreden besluiten tot functietoekenning blijven gehandhaafd.