ECLI:NL:CRVB:2019:1467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woon- en leefsituatie en gebrek aan wijziging omstandigheden
Appellante diende een aanvraag om bijstand in als alleenstaande ouder, maar het college weigerde deze vanwege twijfel over haar woon- en leefsituatie. Onderzoek toonde aan dat haar partner vaker dan opgegeven bij haar verbleef, wat de aanvraag ondermijnde.
Appellante voerde aan dat zij volledig meewerkte aan huisbezoeken, maar de Raad oordeelde dat het voortijdig afgebroken huisbezoek niet aan haar te wijten was en dat zij wel degelijk medewerking had verleend. Desondanks kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld omdat zij niet aannemelijk maakte alleenstaande ouder te zijn.
Een tweede aanvraag werd eveneens afgewezen omdat appellante niet kon aantonen dat haar omstandigheden sinds de eerste aanvraag waren gewijzigd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen van appellante worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van haar woon- en leefsituatie en het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.