ECLI:NL:CRVB:2019:1466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens niet gemelde stortingen en terugvordering
Appellante ontvangt sinds 2009 bijstand en werd onderzocht door de gemeente Enschede vanwege niet gemelde stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekeningen. Deze stortingen kwamen vooral van familieleden en anderen. Het college trok de bijstand over bepaalde maanden in en herzag de bijstand over andere maanden, waarna terugvordering volgde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de terugvordering onevenredig hoog was omdat zij de bedragen had geleend en terugbetaald. De Raad overwoog dat de intrekking en terugvordering herstellend van aard zijn en gericht op het herstellen van de rechtmatige situatie.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij recht had op aanvullende bijstand als zij de stortingen had gemeld. De Raad oordeelde dat het college niet meer terugvorderde dan terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en herziening van de bijstand worden bevestigd en het verzoek tot vergoeding van schade wordt afgewezen.