ECLI:NL:CRVB:2019:1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks autisme en verstandelijke beperking
Appellante, geboren in 1997, vroeg in 2015 een Wajong-uitkering aan vanwege autisme en een lichte verstandelijke beperking. Het UWV wees de aanvraag af op grond van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat aantoonde dat zij arbeidsvermogen heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en taken kan uitvoeren met begeleiding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt, onder meer omdat zij functioneert op het emotionele niveau van een driejarige en vaak moet worden bijgestuurd.
De Raad overwoog dat de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig en gemotiveerd zijn. Appellante kan met begeleiding zelfstandig taken uitvoeren en beschikt over basale werknemersvaardigheden. De noodzaak van toezicht en bijsturing leidt niet tot substantiële onderbreking van het werkproces. De Raad bevestigt het oordeel dat appellante arbeidsvermogen heeft en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De afwijzing van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante voldoende arbeidsvermogen bezit.