ECLI:NL:CRVB:2019:1281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante, voormalig leerkracht, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid vast op 46%, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de beperkingen deels onvoldoende waren gemotiveerd, maar dat het UWV dit had hersteld en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 51,9%.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar fysieke en psychische klachten. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat appellante ernstiger beperkingen had dan eerder vastgesteld en niet in staat was tot zelfstandig functioneren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam slechts gedeeltelijk de beperkingen over.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend was en dat de rechtbank ten onrechte het besluit van het UWV had bevestigd. De Raad herroept het besluit en stelt de arbeidsongeschiktheid vast op 100% per 10 april 2013. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 1.917 voor rekening van de Staat en € 83 voor het UWV. Het UWV werd ook veroordeeld tot proceskostenvergoeding en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 100% en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.