ECLI:NL:CRVB:2019:1227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden exploitatie hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand sinds november 2013 en woonden op een adres waar in oktober 2016 een hennepkwekerij werd aangetroffen. De politie vond 55 potten verdeeld over twee kweektenten en stelde vast dat er minstens drie oogsten waren geweest. Appellant verklaarde tegenover de politie en consulent dat hij aan de eerste oogst € 500 verdiende, aan de tweede niets vanwege toprot en dat de derde oogst was gestolen.
Het college van burgemeester en wethouders van Velsen trok de bijstand over de periode van maart tot oktober 2016 in en vorderde de kosten terug omdat appellanten niet hadden gemeld dat zij een hennepkwekerij exploiteerden. Appellanten voerden aan dat de derde oogst was gestolen en dat zij geen inkomsten hadden genoten, maar konden geen deugdelijke administratie overleggen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat ook voor de derde oogstperiode sprake was van op geld waardeerbare activiteiten, en dat het ontbreken van een administratie betekent dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Verder was het niet onjuist dat het college het bezwaar tegen intrekking en terugvordering afzonderlijk behandelde.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden exploitatie hennepkwekerij.