ECLI:NL:CRVB:2019:1173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning maatwerkvoorziening begeleiding op grond van Wmo 2015
Het college van burgemeester en wethouders had aanvankelijk besloten betrokkene geen maatwerkvoorziening begeleiding toe te kennen. Na meerdere procedures en een advies van de MO-zaak waarin beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en participatie werden vastgesteld, stelde de rechtbank het college in het ongelijk en beval een nieuw besluit.
Het college nam daarop een nieuw besluit waarin betrokkene een maatwerkvoorziening begeleiding werd toegekend voor vier uur per maand, inclusief administratieve ondersteuning. Het college voerde aan dat algemene voorzieningen voldoende waren, maar dit werd door de Raad verworpen op basis van het advies en de concrete beperkingen van betrokkene.
De Raad oordeelde dat de maatwerkvoorziening passend is volgens artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015, mede omdat de begeleider bereid was een overeenkomst aan te gaan. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de maatwerkvoorziening begeleiding aan betrokkene wordt bevestigd.