ECLI:NL:CRVB:2019:1145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als cassière, kreeg een WGA-uitkering die het UWV per 27 mei 2015 beëindigde na een herbeoordeling waarbij een verzekeringsarts en psychiater Notten betrokken waren. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij verdergaand beperkt was dan aangenomen, met name door vermeende vooringenomenheid van de verzekeringsarts en de psychiater. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het besluit.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij meerdere verzekeringsartsen betrokken waren. Er was geen sprake van vooringenomenheid bij de psychiater Notten. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) was adequaat opgesteld en de beperkingen van appellante waren juist ingeschat.
De medische stukken die appellante in hoger beroep aanvoerde betroffen een periode na de datum van het besluit en gaven geen aanleiding tot twijfel aan het eerdere oordeel. De Raad zag geen reden een deskundige te benoemen en bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 april 2019.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek.