ECLI:NL:CRVB:2019:1090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen bij arbeidsinschakelingstraject
In deze zaak staat het besluit centraal waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand van appellant met 100% heeft verlaagd gedurende twee maanden wegens het niet verschijnen op een traject gericht op arbeidsinschakeling, het traject Vinkebrug, op 14 december 2015.
Appellant voerde aan dat hij wegens ziekte niet kon verschijnen en zich had afgemeld. Deze stelling werd niet aannemelijk gemaakt omdat de medische verklaring van de huisarts betrekking had op een latere periode dan de datum van het niet verschijnen. Daarnaast stelde appellant dat er sprake was van dringende redenen vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder problematische financiële situaties, die tot afstemming van de maatregel hadden moeten leiden. Dit werd niet onderbouwd en het college zag geen aanleiding tot afstemming.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen op basis van artikel 18, vierde lid, aanhef en onder h, en artikel 18, tiende lid, van de Participatiewet.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor twee maanden wegens niet verschijnen bij het arbeidsinschakelingstraject wordt bevestigd.