ECLI:NL:CRVB:2018:998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid ondanks psychische problematiek appellant
Appellant, voormalig keukenhulp, meldde zich ziek met rug- en beenklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen uitkering werd toegekend.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan met medische stukken, waaronder brieven van zijn behandelend psychiater die sprak van een depressie met suïcidale ideatie. Het UWV handhaafde het standpunt na medisch onderzoek en arbeidskundig advies. De rechtbank stelde een gebrek vast in het besluit omdat het UWV geen aanvullende informatie had opgevraagd bij de behandelend psychiater en gaf het UWV gelegenheid dit te herstellen.
Het UWV liet een psychiater een expertise verrichten die geen ernstige psychiatrische stoornis vaststelde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het gebrek maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat de deskundigen onvoldoende rekening hielden met zijn psychische beperkingen.
De Raad overwoog dat niet de diagnose, maar de beperkingen op de datum in geding bepalend zijn. De deskundigen bevestigden dat de beperkingen niet zwaarder zijn dan in de FML. De geselecteerde functies zijn passend. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV-besluit dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.