ECLI:NL:CRVB:2018:974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellant heeft op 6 augustus 2015 een aanvraag om bijstand ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellant niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken heeft aangetoond hoe hij in de periode vanaf 15 april 2012 in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Ondanks meerdere verzoeken tot het overleggen van nadere bewijsstukken, heeft appellant onvoldoende onderbouwing geleverd.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat hij onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over zijn financiële situatie. De verklaringen en kwitanties die appellant overlegd heeft, waren niet verifieerbaar of concreet genoeg.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij wel voldoende inzicht heeft gegeven en dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht. De Centrale Raad van Beroep heeft dit beroep verworpen en het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad wees erop dat de verklaringen wisselend en niet met bewijsstukken onderbouwd waren en dat appellant bij een latere aanvraag meer en andere gegevens heeft overgelegd. De Raad concludeerde dat het recht op bijstand voor de periode van 6 augustus 2015 tot 21 januari 2016 niet kan worden vastgesteld.
De Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten aan appellant toe te kennen en heeft de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.