ECLI:NL:CRVB:2017:1739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet-overleggen bankafschriften
Appellant diende op 25 juni 2015 een digitale aanvraag voor bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant om binnen een gestelde termijn bankafschriften over te leggen die noodzakelijk waren voor de beoordeling van de aanvraag.
Appellant gaf aan de gevraagde bankafschriften niet te kunnen overleggen vanwege een blokkering van zijn bankpas. Het college wees appellant hierop en gaf een hersteltermijn om alsnog de afschriften te verstrekken. Appellant stelde dat het verkrijgen van de afschriften via een schriftelijk verzoek bij de bank enkele weken zou duren.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde stukken had overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant voldoende tijd had gekregen en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid. Tevens werd geoordeeld dat het college binnen de beslistermijn had gehandeld en dat de procedure zorgvuldig was verlopen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de aanvraag bijstand buiten behandeling te stellen wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften.