Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
E.J.J.M. Weyers als leden, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2018.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als kraanmachinist, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, maar gaf het UWV de gelegenheid om de geschiktheid van een specifieke functie nader te motiveren.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met beperkingen aan hand- en polsfuncties, mede door recente medische ontwikkelingen en een advies van een medisch adviseur. De verzekeringsarts bezwaar en beroep gaf geen adequate reactie op dit advies en lichtte onvoldoende toe welke beperkingen op de datum in geding golden. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het bestreden besluit niet voldoet aan de vereisten van artikel 7:12 Awb Pro en draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door een nader rapport van de verzekeringsarts en zo nodig een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen wegens onvoldoende motivering van beperkingen.